Ga ik ook de berg op?

Vraag: Ga ik ook de berg op?

Kort geleden werd er gepredikt over Abraham. Voor mij kwam dit in een nieuw perspectief te staan, toen er verteld werd dat Abraham zijn zoon Izaak een speciale plek in zijn leven had gegeven. Izaak was voor hem de jongen van de Belofte. Het was Izaak voor en Izaak na. Hij was de jongen die hij van God ontvangen had, zeker weten. Deze jongen was zo belangrijk voor Abraham, dat God moest ingrijpen.

God is een jaloers God.

Jesaja 45:22  Laat de hele wereld zich, wanneer het om verlossing gaat, tot Mij wenden. Want Ik ben God, er bestaat geen andere God.

Izaak had de eerste plaats in het leven van Abraham gekregen. Zo kwam het dan zover dat hij gevraagd werd dit op te geven. Hij moest de berg op om Izaak, zijn geliefde van God gegeven zoon, te offeren.

Genesis 22:2 ‘Neem uw zoon, uw enige, van wie u zoveel houdt, Isaak, ga naar het land Moria en offer hem daar als een brandoffer aan Mij. De plaats waar u dat moet doen, zal Ik u wijzen.’

Het is allemaal heel kort en bondig beschreven in Genesis, maar probeer je eens zo’n situatie voor te stellen! Het lijkt mij dat het een schokkende ontdekking voor Abraham geweest moet zijn.

Genesis 22:7-8  ‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat is er, mijn jongen?’ vroeg Abraham. ‘We hebben hout en het vuur,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam dat wij moeten offeren?’  ‘God zal Zelf voor een offerlam zorgen, jongen,’ antwoordde Abraham.

Misschien spreekt God tot je hart en vraag je jezelf af: Moet ik ook de berg op? Denk je eens in of er ook iets bij jou op eerste plaats is komen te staan. Een zaak die belangrijk voor je is, omdat het je hart heeft en je aan niets anders kunt denken. Ik noem geen voorbeelden om jezelf de gelegenheid te geven hierover na te denken. Het ‘houden van’ is een goed ding, maar indien ik mij eraan ga hechten en zou menen dat ik niet leven kan zonder die/dat ene, dan komt God tussen beiden.

Mattheüs 10:37 Wie vader of moeder liefheeft boven Mijn, is mij niet waard.

Abraham geloofde God en uiteindelijk kwam hij tot de uitspraak: ‘Ik zal Izaak loslaten en teruggeven aan God’.Ik geloof dat Abraham hiermee toonde waarlijk vrij te zijn, door te kunnen geven en God te gehoorzamen. God was voor hem degene die kon voorzien. Dat wordt omschreven in de titel: Jehova-Jireh, de Heere zal voorzien.

1 Petrus 5:7 Werp al je zorgen op Hem, want Hij zorgt voor jou.

Als je verlangt je leven te vernieuwen, geef dan alles wat voor je belangrijk is aan de Heere en laat door Hem je leven leiden. Ga de berg op, neem alles mee en geloof voor jezelf dat God zal voorzien!